Waarom wonen in Lansingerland?

Lansingerland is goed bereikbaar, heeft een groene woonomgeving en een grote diversiteit aan voorzieningen. De gemeente heeft een centrale ligging tussen Den Haag, Rotterdam en Zoetermeer, in een groene omgeving.

Een oase van rust in de drukte van Zuid-Holland

Lansingerland is een gemeente die bestaat uit drie kernen met elk hun eigen karakter. En dat allemaal heel dicht bij grote steden als Rotterdam en Den Haag. Het is een jonge gemeente met een rijke historie!

Bekijk hieronder het woningaanbod en kavels of de nieuwbouwprojecten in Lansingerland.

Kernen van Lansingerland

Van plattelandsdorp naar een woonplaats met veel nieuwbouw

In de 18e eeuw werden diverse polders rond Bergschenhoek drooggelegd. Het dorp maakte deel uit van het ambacht Hillegersberg en Rotteban. De drie kernen waren op dat moment Hillegersberg, Terbregge en Bergschenhoek. Een oude grenspaal, die stond tussen Bleiswijk en Hillegersberg Rotteban, staat nu voor het nieuwe gemeentehuis van Bergschenhoek. Onder Lodewijk Napoleon Bonaparte, op 21 oktober 1811, scheidde Bergschenhoek zich af van Hillegersberg (Rotterdamse deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek).

Bergweg

Bergschenhoek is genoemd naar de hoek in de ‘Bergweg’ naar Hillegersberg. Vanaf de vijftiende eeuw was het plaatsje onderdeel van de ambachtsheerlijkheid Hillegersberg en Rotteban. Net als de meeste dorpen in de regio werd ook Bergschenhoek omgeven door uitgestrekte veengebieden waar vanaf de middeleeuwen aan turfwinning werd gedaan.

Glastuinbouw

In de 20e eeuw ontwikkelde Bergschenhoek zich als een plattelandsdorp met voornamelijk glastuinbouw.

Vanaf de jaren negentig groeide de gemeente door de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (VINEX) uit van een landelijk dorp van 5000 inwoners tot een moderne woongemeente. In 2002 stond Bergschenhoek met een groei van 13,4 procent in een jaar op de eerste plaats in de top-10 van de Nederlandse gemeenten die relatief het snelst groeiden. Vanaf 2005 kwamen er nog eens 4000 woningen bij. Inmiddels telt het dorp 18.000 inwoners.

Van polders naar nieuwbouwwijken

Aan het begin van de achttiende eeuw is het gebied ten noorden van de dorpskern van Berkel vrijwel geheel ontveend. De turf werd met scheepjes via de kanalen naar de steden getransporteerd. Door vervening ontstonden grote veenplassen. Rond 1750 kwamen Rodenrijs, Berkel en Noordeinde aan de rand van, of soms tussen de plassen te liggen. De dorpen, dijken en polderkaden werden door het water bedreigd.

Eind achttiende eeuw werd de situatie in Berkel en Rodenrijs gevaarlijk. Het dorpsbestuur besloot daarom actie te ondernemen en de plassen droog te leggen. De vruchtbare grond in de droogmakerijen bracht een periode van grote bloei voor de boeren.

Veengronden

Berkel en Rodenrijs ontstond toen in de tiende eeuw veengronden vanuit de Schie werden ontgonnen. De bevolking leefde toen vooral van het kappen van griendhout, dat in het water groeit. De naam Berkel en Rodenrijs verwijst hier naar: Berkel, van berkenbos en Rodenrijs, van het rooien van rijs(hout). Net als in Bergschenhoek en Bleiswijk werd er in Berkel en Rodenrijs turf gestoken en ontstonden ook hier uitgestrekte plassen.

Tuinders

In de grote steden groeide intussen de behoefte aan tuinbouwproducten. Rond 1880 kwam de verbouw daarvan op gang. Gunstige factoren hiervoor waren de vruchtbare bodem, een goede infrastructuur (vaarwater) en de nabijheid van afzetmarkten. Vanwege de belangrijke vervoersfunctie vestigden de tuinders zich aan de vaarten langs de Rodenrijse-, Noordeindse- en Klapwijkseweg.

Met de aanleg van de Hofplein-spoorlijn (nu de RandstadRail metrolijn E) in 1908 verscheen ook de eerste verstedelijking in de regio. Stedelingen werden door het spoor gestimuleerd om zich in de omliggende dorpen te vestigen, en dan vooral rond de nieuwe stations en bij de bestaande dorpskernen.

Inmiddels is Berkel en Rodenrijs door de Vinex-opgave uitgegroeid tot 30.000 inwoners.

Nieuwbouw in tuinbouwgebieden

In 1772 begon men met het droogmalen van de Bleiswijkse polder met behulp van 7 molengangen met windmolens. Op de gronden werden handelsgewassen zoals granen, vlas en aardappelen verbouwd. De glastuinbouw ontwikkelde zich en mede daardoor groeide de bevolking van 2.500 naar 10.000 inwoners. Eerst kwamen er meer huizen rond de Dorpstraat. Later kwamen er woonwijken, die Bleiswijk groter maakten. Nu ligt achter het dorpscentrum van Bleiswijk de woonwijk ‘De Tuinen’. Voorheen stonden hier nog tuinbouwkassen. Op dit moment telt Bleiswijk 12.000 inwoners.

De heerlijkheid Bleiswijk

De heerlijkheid Bleiswijk werd in 1242 door graaf Willem II in leen gegeven aan Gijsbrecht Bokel om het gebied te ontginnen. Bleiswijk werd in 1582 aangekocht door de stad Rotterdam. Deze stad had vervolgens grote invloed op het plaatselijke bestuur. Hier kwam pas in 1798, in de Franse tijd, een einde aan, toen de heerlijke rechten werden afgeschaft.

Tuinbouw

In 1772 begon men met het droogmalen van de Bleiswijkse polder met behulp van 7 molengangen met windmolens. Op de gronden werden handelsgewassen zoals granen, vlas en aardappelen verbouwd. De glastuinbouw ontwikkelde zich en mede daardoor groeide de bevolking van 2.500 naar 10.000 inwoners. Eerst kwamen er meer huizen rond de Dorpstraat. Later kwamen er woonwijken, die Bleiswijk groter maakten. Nu ligt achter het dorpscentrum van Bleiswijk de woonwijk ‘De Tuinen’. Voorheen stonden hier nog tuinbouwkassen. Op dit moment telt Bleiswijk 12.000 inwoners.

Meer over wonen in Lansingerland