Geveltuin aanleggen

Een geveltuin is een strook planten tegen de gevel van een woning. Geveltuintjes zie je vaak in straten waar huizen geen voortuin hebben. Met een geveltuin draag je bij aan een groene, aantrekkelijke en leefbare straat.

  • Op de stoep moet minimaal 1,20 meter loopruimte overblijven.
  • De geveltuin mag maximaal 60 centimeter diep zijn, gemeten vanaf de gevel van de woning.
  • Je mag het zand tot maximaal 45 centimeter diep uitgraven en vervangen door aarde. Je kunt een geveltuin ook verhoogd aanleggen.
  • Vrijgekomen stoeptegels gebruik je als kantopsluiting of als verhoogde rand.
  • Afgegraven zand moet je zelf afvoeren.
  • Straatnaamborden moeten zichtbaar blijven.
  • Je mag geen afrastering of hekwerk rondom de geveltuin plaatsen.
  • De eigenaar van de woning of het perceel moet akkoord zijn met de aanleg van de geveltuin.
  • De geveltuin mag geen gevaarlijke situaties of overlast veroorzaken.
  • Moet de gemeente werkzaamheden uitvoeren aan kabels, leidingen, de stoep of andere onderdelen van de openbare ruimte in of bij de geveltuin? Dan is de gemeente niet verantwoordelijk voor schade of tijdelijke verwijdering van de geveltuin.
  • Let bij de aanschaf van planten op de ligging van je geveltuin. Sommige planten doen het beter in de zon, andere juist in de (half)schaduw.
  • Langs een gevel blijft het vaak droog. Geef je planten daarom regelmatig water.
  • Bemest je geveltuin af en toe met natuurlijke mest en verwijder dode bladeren. Dit bevordert de groei.
  • Snoei bessenstruiken in de winter of in het vroege voorjaar, nadat vogels de bessen hebben gegeten en voordat zij gaan broeden.
  • Vogels houden van dichte struiken en nuttige insecten overwinteren tussen dode bladeren en takken. Houd daar rekening mee.
  • Zorg dat ventilatieroosters vrij blijven.
  • Snoei overhangende takken op tijd.

Houd je je aan de spelregels? Dan kun je zonder toestemming van de gemeente een geveltuin aanleggen.