Groenonderhoud

De gemeente zorgt voor het onderhoud van het openbaar groen.

Dit onderhoud bestaat onder andere uit:

  • snoeien
  • straten vegen
  • onkruidbestrijding
  • het maaien van gazons en bermen en watergangen.

Het onderhoud van groenvoorzieningen, gazons en verharding doen wij volgens een vastgesteld beeldkwaliteitsniveau.

Het onderhoud van bermen bestaat onder andere uit het maaien van (kruiden-)bermen en sommige in combinatie met (na)begrazing door schapen. Wij houden bij al deze werkzaamheden rekening met de Flora- en faunawetgeving. Bij kruidenbermen letten we met het onderhoud op de bloeitijd en de zaadzetting. Het doel is dat de kruiden elk jaar terugkeren en uitbreiden. Op deze manier willen wij de ecologische kwaliteit en biodiversiteit bevorderen.

Als bermen en graslanden niet of niet juist worden gemaaid, krijgen ruigte soorten de overhand en zullen bermen uiteindelijk worden overgenomen door grassen, struwelen en bomen. Daarnaast kan dit invloed hebben op het zicht, wat de verkeersveiligheid negatief kan beïnvloeden.

Dat is afhankelijk van de locatie en omstandigheden. Gazons en speelvelden worden onderhouden op beeldkwaliteitsniveau B (vanuit het kennisinstituut CROW) en komt overeen met ongeveer 20 tot 26 maaibeurten per jaar.

Zogeheten ecologische (weg-)bermen worden minder en gefaseerd gemaaid. De meeste bermen maaien we 1 à 2 keer per jaar. We proberen zoveel mogelijk het gemaaide gras/kruiden ook af te ruimen. De maaifrequentie en het maaimoment hangt af hoe rijk de bodem is en welke soorten kruiden er groeien en bloeien.

Maaironde 1: juni (week 24 t/m 26)
Maaironde 2: eind september tot begin oktober (week 37 t/m 40)

Er zijn een paar uitzonderingen:

  • Verkeershoeken en de eerste meter langs wegen en paden worden 3 à 4 keer per jaar gemaaid i.v.m. verkeersveiligheid. (week 16/17, week 24/25, week 31/32 en week 39/40);
  • Het maaien van ecologische (weg-)bermen is maatwerk, hierbij wordt gekeken naar de ontwikkeling van de berm en juiste tijdstip om het te maaien. Dit gebeurt vaak gefaseerd;
  • Bij zeldzame soorten zoals bijvoorbeeld orchideeën, houden we rekening met de meest gunstige maaiperiode om de soort in stand te houden.

Gazons worden met een schotelmaaier of kooimaaier gemaaid. Het afgemaaide gras blijft liggen en dient als natuurlijke compost.

Voor de ecologische bermen maaien we vaak met een schotelmaaier en proberen we zo min mogelijk een klepelmaaier te gebruiken. Met een schotelmaaier wordt het gras op circa 10 cm hoogte bij de voet afgeslagen. Hierbij wordt het gras niet verder gekneusd of tot pulp geslagen, zoals bij een klepelmaaier wel het geval is. Hierdoor is het makkelijker opruimen en kan het maaisel niet de bodem verrijken als natuurlijke compost. Na het maaien blijft dus het maaisel dan enkele dagen liggen, zodat zaden kunnen afrijpen en eruit kunnen vallen. Daarna wordt dit in strengen bij elkaar geharkt en afgeruimd/afgevoerd. Daar waar mogelijk blijft er per maaibeurt 20-30% van het gras staan.

Op sommige locaties die goed zijn ontwikkeld passen we sinusbeheer toe. Per maaibeurt blijft dan circa 40% van de vegetatie staan en wordt er gewerkt met slingerende maaipatronen. Deze variëren in ruimte en tijd. Als resultaat ontstaat heel veel variatie, wat uitermate gunstig is voor de biodiversiteit. Bovendien wordt flora- en faunagericht beheer verweven in één methode.

Alleen verkeershoeken, de eerste meter langs rijbanen/paden en moeilijk afruimbare of te maaien plekken worden gemaaid met een maai-zuigcombinatie. Hiermee ruim je alles in 1 werkgang op en verschraal je toch de bodem wat goed is voor kruiden/bloemrijkdom.

In bermen bloeien de bloemrijke kruiden op verschillende momenten. Er staat dus altijd wel iets in bloei. Het maaien heeft grote invloed op de aanwezig planten, bloemen en insecten. Maar het maaien is ook noodzakelijk om de gewenste graslandsoorten te behouden en ieder jaar terug te laten komen. Door rekening te houden met zaadvorming en insecten proberen we zo min mogelijk te verstoren. Ook laten we steeds vaker delen van de vegetatie staan zodat insecten hier kunnen overleven en zaden kunnen rijpen. Denk hierbij aan gefaseerd maaien of sinusmaaien.

Dit noemen we gefaseerd maaien. De meest vergaande vorm hiervan is sinusmaaien. Per maaibeurt blijft circa 40% van de vegetatie staan en er wordt gewerkt met slingerende maaipaden, zogenaamde sinuspaden. Deze variëren in ruimte en tijd. Als resultaat ontstaat heel veel variatie, wat uitermate gunstig is voor de biodiversiteit. Op deze manier is er altijd voedselaanbod en zijn er genoeg schuilmogelijkheden. Bovendien wordt flora- en faunagericht beheer verweven in één methode.

Ja, daar houden wij rekening mee. Voordat elke maaironde controleert men de berm. Kwetsbare soorten en zeldzame soorten worden gemarkeerd en maaien we om heen. Ook moeten de machinisten conform kleurkeur gecertificeerd zijn en deze herkennen en zorgvuldig mee omgaan. Ook werken we volgens een goed gekeurde gedragscode vanuit de wetnatuurbescherming.

Bermen en groenstroken zijn van levensbelang voor de biodiversiteit. Bij het maaien houdt de gemeente dus rekening met de ontwikkeling van de berm en de methode en tijdstip van maaien. In Lansingerland wordt er bij voorkeur gemaaid met een schotelmaaier en ruimen we het gemaaide gras na een aantal dagen op. Zo kunnen insecten vluchten, zaden afrijpen en eruit vallen tijdens het ophalen en kan het maaisel niet als compost dienen en verschraalt daardoor de bodem. Dit stimuleert en bevordert de ontwikkeling van gebiedseigen bloemrijke kruiden, die als voeding voor bestuivers en andere insecten dienen.

Waar mogelijk maaien we ook gefaseerd. Hierbij laat de gemeente bij elke maaibeurt een gedeelte staan, zodat er altijd bloeiende planten blijven staan en er jaarrond voldoende voedselaanbod is voor bijen, vlinders en andere bestuivers. Ook biedt deze hogere vegetatie een veilige schuilgelegenheid waar tal van nuttige insecten en andere dieren van kunnen profiteren. Dit allemaal volgens het keurmerk Kleurkeur (vanuit de vlinderstichting), wat gericht is op goed doordacht maaibeheer dat is afgestemd op de lokale bodemsituatie en natuur. Op deze wijzen draagt ons maaibeheer bij aan de bevordering van biodiversiteit binnen de gemeente Lansingerland.

Zo krijgen insecten de kans eruit te kruipen vluchten, kunnen zaden afrijpen en verspreiden tijdens het ophalen. Ook voorkomen we ermee dat er voedingsstoffen afgegeven worden aan de bodem en de bodem verrijkt. Dit stimuleert en bevordert de ontwikkeling van gebiedseigen bloemrijke kruiden, die als voeding voor bestuivers en andere insecten dienen.

De gemeente streeft bij gazons beeldkwaliteitsniveau B na. Hierbij houden onze toezichthouders de kwaliteit en de weersverwachtingen goed in de gaten en stemt dit af met de onderhoudsaannemer. Bij (extreme) droogte groeit zelfs gras niet meer en is het ook niet verstandig om te maaien. We kijken dus goed naar de ontwikkeling en stemmen daar de werkzaamheden op af.

Bij het maaien proberen we zoveel mogelijk rekening te houden met broedende vogels en handelen we zorgvuldig. Zo doen we vooronderzoek waar nesten of beschermde soorten zich bevinden en ontzien deze. Daarnaast laten we waar het kan een rand van ongeveer 1 meter langs de sloot staan. Hier kunnen vogels dan in verblijven, maar ook insecten. We werken dan conform de wet natuurbescherming. Maaien is nodig om biodiversiteit te bevorderen. Als (kruiden-)bermen en graslanden niet of niet juist of op het juiste moment worden gemaaid, krijgen ruigte soorten de overhand en zullen bermen uiteindelijk worden overgenomen door grassen, struwelen en bomen. Het doel is dat de kruiden elk jaar terugkeren en uitbreiden. Op deze manier willen wij de ecologische kwaliteit en biodiversiteit bevorderen.

Binnen de gemeente doen we dit zeker op de plaatsen waar dat mogelijk is. Alleen zijn we niet aangesloten bij de beweging “’Maai Mei Niet” en noemen we dit ook niet zo.

De doorstroming van het water van de watergangen moet goed zijn. Het hoogheemraadschap keurt de waterdoorgangen. Daarom vegen wij de verharding om het stof en blad te verwijderen. Zo kan de afvoer van hemelwater ongehinderd doorlopen en ontstaan er geen gevaarlijke situaties zoals slipgevaar. Ook maaien we de waterkanten anders om meer afwisseling te krijgen in water- en oeverplanten. Dit verbetert de waterkwaliteit.

Bomen worden gesnoeid om de natuurlijke groei/vorm te bevorderen. Het complete bomenbestand controleren wij tenminste 1 keer in de 3 jaar. Bij deze inspecties kijken we naar de aanwezigheid van stamscheuren, takbreuk, plakoksels (slechte aanhechtingen van takken op de stam), stamschot, rotting, schurende takken en zwamvorming. Ook kijken wij naar eventuele overlast en probleemtakken die de vitaliteit kunnen beïnvloeden. De snoeiwerkzaamheden doen wij in het najaar/begin voorjaar, wanneer de sapstromen van de boom laag zijn en de kans op leegbloeden en infecties het kleinst zijn. Heesters snoeien wij om de 3 à 4 jaar. Verkeershoeken lopen wij jaarlijks na om gevaarlijke situaties te voorkomen.