Werk en inkomen
Wijziging in de Wet Werk en Bijstand (WWB) per 1 januari 2012
De Wet Werken en Bijstand wordt gewijzigd omdat de regering als doel heeft om zo veel mogelijk mensen deel te laten nemen aan het werkproces. Want werk is de basis voor zelfstandigheid. Zelf verantwoordelijkheid nemen voor werk en inkomen staan daarom voorop bij de wetswijzigingen.
De wijzigingen op een rij:
- Jongeren onder de 27 jaar moeten bij het aanvragen van een uitkering eerst 4 weken zelf actief op zoek naar werk of een opleiding. Pas als dat niet lukt, kunnen ze aanspraak maken op een uitkering.
- Er komt een toets voor huishoudinkomen. Hierbij wordt gekeken naar de mensen die op het adres wonen. Zo worden bijvoorbeeld inwonende meerderjarige kinderen of andere gezinsleden (opa’s, oma’s, schoonzonen) meegeteld bij het huishouden. Één huishouden kan maar één uitkering aanvragen waarbij gekeken wordt naar het gezamenlijke inkomen van alle leden van het huishouden.
- Vanaf 1 januari kan van alle mensen met een uitkering, ook de bestaande klanten, verwacht worden dat ze iets terug doen voor de samenleving. Welke tegenprestatie de gemeente van u verwacht, wordt nog verder uitgewerkt.
- Mensen met een uitkering mogen maximaal 4 weken per jaar naar het buitenland met behoud van uitkering. Voor mensen vanaf 65 jaar en ouder wordt dit teruggebracht van 26 naar maximaal 13 weken.
- De bijzondere categoriale bijstand voor ouderen, mensen met beperkingen of een chronische ziekte is alleen nog mogelijk als het inkomen 110% van de bijstandsuitkering of lager is. Het betreft de langdurigheidstoeslag, de collectieve zorgverzekering en enkele andere voorzieningen van Werk en Inkomen.
Voor de meeste maatregelen geldt een overgangsperiode van 6 maanden. Bij nieuwe WWB aanvragen na 1 januari 2012 zijn de maatregelen meteen van kracht.
Jongeren die nu gebruik maken van een werkleeraanbod en/of een uitkering, vallen per 1 januari onder de nieuwe WWB. Het werkleeraanbod van de WIJ blijft gelden tot maximaal 1 juli 2012.

